Samenvatting
Positieve Gezondheid verschuift de focus van ziekte en symptomen naar het bevorderen van welzijn en veerkracht. Binnen deze holistische visie ligt de nadruk niet op ziekte, maar op het vermogen van individuen om zich aan te passen, eigen regie te voeren en een betekenisvol leven te leiden, zelfs als er ziekte of fysieke beperkingen bij de patiënt bestaan. De zes dimensies van Positieve Gezondheid – lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen in de samenleving en dagelijks functioneren – vormen de bouwstenen van dit concept. Het ministerie van VWS erkent Positieve Gezondheid als leidend principe, waarbij naast formele zorg ook andere vormen van ondersteuning cruciaal zijn. De implementatie van Positieve Gezondheid in de formele en informele zorg vereist echter nog verdere verduidelijking, waarbij een lerende aanpak en betrokkenheid van alle partijen essentieel is.
In dit onderzoek heeft Ecorys leerpunten gedestilleerd uit 4 initiatieven die Positieve Gezondheid in de samenwerking tussen formele en informele zorg integreren. De implementatie van Positieve Gezondheid verschilt per onderzocht initiatief, maar elk initiatief streeft doelbewust naar de integratie van de zes dimensies. Praktijkimplementatie varieert met betrokkenheid bij uitvoering, waarbij gemeenschappelijk taalgebruik en het spinnenweb als effectieve tools dienen. Over het geheel genomen lijkt de integratie van Positieve Gezondheid positief bij te dragen aan de inspraak van de patiënt in het behandelplan.
Highlights uit de 4 casussen
Uit de casus van Alliantie Positieve Gezondheid komt naar voren dat een succesvolle implementatie afhankelijk is van de collectieve omarming van het concept door alle betrokken partijen. Hierbij speelt kennisuitwisseling een essentiële rol.
Ook uit de casus van IPSO centrum Adamas blijkt dat bewustwording (bijvoorbeeld bij medewerkers en gasten) essentieel is. Het identificeren van 'gangmakers' binnen organisaties, die het concept omarmen en effectief gesprekken kunnen voeren op alle organisatieniveaus, blijkt een nuttige strategie.
De casus van HZW onderstreept de noodzaak om weerstand onder medewerkers actief aan te pakken en hen te betrekken voor een succesvolle implementatie in de medische praktijk. Het belang van het zorgvuldig kiezen van geschikte personen voor gesprekken over Positieve Gezondheid wordt benadrukt, ondanks de positieve houding van ondervraagde patiënten blijkt het in de praktijk lastig om deze gesprekken structureel te voeren.
De casus van Beweging Limburg Positief Gezond benadrukt het belang van een gemeenschappelijke taal tussen formele zorg, welzijn en informele zorg. Implementatie in de tweede lijn blijkt moeilijker vanwege tijdgebrek bij zorgprofessionals, waarbij specifieke trainingen en waardevolle implementatiecoaches als ondersteuning kunnen dienen.
Ten slotte wijst de casus van IPSO centrum Adamas uit dat zelfs kleine resultaten binnen een langdurig en incrementeel proces een aanzienlijk verschil kunnen maken.